Hervorming van de vennootschapsbelasting: gestemd op vrijdag 22 december 2017

De lang aangekondigde hervorming van de vennootschapsbelasting komt er dankzij het zomerakkoord van de regering Michel. Op vrijdag 22 december 2017 werd de hervorming door het Parlement gestemd.

Er komt een tariefdaling, maar de regering wil dat deze verlaging budgetneutraal verloopt. Daarom wordt de verlaging ook gecompenseerd met enkele andere nieuwe maatregelen zoals het afschaffen of beperken van enkele bestaande aftrekken.

Hierna enkele maatregelen die wij voor u selecteerden. Wij komen op de andere maatregelen later nog terug. 

Tariefdaling

Meest in het oog springend is de verlaging van het tarief. Dat bedraagt nu nog 33 % (33,99 % met crisisbijdrage). Dit tarief van 33 % wordt in twee fases verlaagd: in 2018 tot 29 % en in 2020 tot 25 %.

Ook de algemene crisisbijdrage (die nu nog 3 % bedraagt) wordt afgebouwd tot 2 % in 2018 om te verdwijnen in 2020. Daardoor wordt het uiteindelijke tarief (met verlaagde crisisbijdrage) 29,58 % in 2018 en 25 % in 2020.

KMO’s in de zin van art. 15, §§1-6 Wetboek Vennootschappen kunnen al vanaf 2018 genieten van een verlaagd tarief van 20 % tot een winst van 100.000 EUR. Als er een hogere winst is, dan zal deze voor het deel dat 100.000 EUR overstijgt worden belast tegen het standaard tarief.

De vandaag reeds bestaande voorwaarden voor het verlaagd opklimmend tarief vennootschapsbelasting blijven behouden, behalve:

  • De beperking van de uit te keren dividenden wordt geschrapt;
  • De minimumbezoldiging wordt verhoogd naar 45.000 EUR per jaar (zie verder);
  • De maximale winst van 322.500 EUR wordt geschrapt.
 

Nu

2018

2020

Standaard tarief

33%

29%

25%

Verlaagd tarief (KMO’s)

0-25.000: 24,25%
25.000-90.000: 31,00%
90.000-322.500: 34,50%

0-100.000: 20%

0-100.000: 20%

Crisisbijdrage

3%

2%

0%

Bestrijding "vervennootschappelijking"

De minimale bezoldiging die vereist is om in aanmerking te komen voor het verlaagd KMO-tarief wordt verhoogd van 36.000 euro naar 45.000 euro (tenzij de belastbare winst lager is).  Ingeval deze voorwaarde van de minimale bezoldiging niet vervuld is, zal een bijzondere aanslag van 5,10% (tijdens aanslagjaren 2019 en 2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) worden toegepast op het te weinig uitgekeerde bedrag.

Deze maatregel geldt echter niet voor startende KMO’s tijdens de eerste 4 belastbare tijdperken vanaf hun oprichting. Speciale regels gelden ook bij overname van een eenmanszaak of andere vennootschap.

Voor verbonden vennootschappen (in de zin van art. 11 W.Venn) waarvan minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn in elk van de vennootschappen, mogen alle door éénzelfde natuurlijke persoon ontvangen bezoldiging samen worden geteld; het minimumbedrag wordt in dat geval verhoogd tot 75.000 euro.

Minimumbelasting op winst boven een miljoen

Winsten boven de 1.000.000 EUR kunnen niet langer volledig geneutraliseerd worden door fiscale aftrekken. De winst die de drempel van 1.000.000 EUR overschrijdt, kan maar voor 70 % verminderd worden door de volgende aftrekken:

  • vorige verliezen
  • overgedragen DBI
  • overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten
  • overgedragen NIA
  • de gewijzigde notionele intrestaftrak

Dat betekent dat 30 % van de winst boven de 1.000.000 EUR sowieso belast zal worden. Die 30 % wordt daardoor in feite een minimum belastbare basis.

Voorbeeld
De nv CONSTRUCT heeft een winst van anderhalf miljoen EUR. De drempel wordt dus met 500.000 EUR overschreden. Van die 500.000 EUR kan er 70 % met de aftrekken verminderd worden. De andere 30 % (= 150.000 EUR) kan er niet door worden verminderd. Daardoor is er sowieso belasting verschuldigd op 150.000 EUR. In 2018 is dat 29,58 % (29 % + 2 % crisisbijdrage) = 44.370 EUR.

Het bedrag aan aftrekken dat door de maatregel beperkt is, kan wel worden overgedragen naar volgende jaren. Ook deze maatregel geldt niet voor startende KMO’s tijdens de eerste 4 belastbare tijdperken vanaf hun oprichting, en gelden speciale regels bij overname van een eenmanszaak of vennootschap.

Notionele interestaftrek blijft, maar wordt ingeperkt

In de wandelgangen werd gefluisterd dat de notionele interestaftrek (NIA) zou gaan verdwijnen. In het zomerakkoord kondigde de regering aan dat dit niet het geval is. Wel wordt de NIA aanzienlijk ingeperkt. De aftrek zal op een nieuwe basis berekend worden: het zgn. “incrementeel” eigen vermogen, of het gewogen gemiddelde van de aangroei van het risicokapitaal van de laatste vijf jaar.

Vrijstelling meerwaarden aandelen: naleven participatievoorwaarde 

Vennootschappen zullen enkel nog van de vrijstelling van de meerwaarden op aandelen kunnen genieten als de participatievoorwaarde is vervuld. Deze voorwaarde houdt in dat de vennootschap een deelneming moet bezitten van minstens 10 % in het kapitaal van de vennootschap of met een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen EUR. Dezelfde voorwaarde vind je terug in het dbi-stelsel.

Het tarief van 0,4 % (0,412 % met ACB of aanvullende crisisbijdrage) op meerwaarde op aandelen die grote vennootschappen sowieso verschuldigd zijn, wordt afgeschaft.

Kapitaalvermindering: roerende voorheffing verschuldigd

Kapitaalverminderingen zullen aan de roerende voorheffing worden onderworpen in verhouding van het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves. Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid geschrapt die toeliet een kapitaalvermindering bij voorrang aan te rekenen op gestort kapitaal. Daardoor zal de vennootschap bij een kapitaalvermindering 30 % roerende voorheffing moeten inhouden op een deel van het terugbetaalde kapitaal.

Deze nieuwe regeling geldt niet voor kapitaalverminderingen van vastgeklikt kapitaal in toepassing van art. 537 WIB. 

Gebrek aan voorafbetalingen wordt duurder

De bestaande berekening van de vermeerdering blijft behouden, met name 2,25 x de “basisrentevoet”.

Deze basisrentevoet van de voorafbetalingen, die vandaag 1 % bedraagt, wordt tot 3 % verhoogd. Het wordt dus duurder voor vennootschappen als ze geen of onvoldoende voorafbetalingen doen. De belastingvermeerdering zal ook steeds worden toegepast, en bedraagt voor vennootschappen vanaf nu dus minstens 6,75 %.

Het niet tijdig vooraf betalen door vennootschappen wordt daarmee heel wat duurder. Spontaan vooraf betalen volgens een optimaal spreidingsplan valt dus nog meer aan te bevelen.

Vooruitbetaalde kosten

Vooruitbetaalde kosten zijn niet langer volledig aftrekbaar in het jaar van hun betaling, maar enkel nog voor het deel dat betrekking heeft op het jaar zelf, in lijn met de boekhoudwet. Kosten gerelateerd aan inkomsten van een volgend boekjaar zullen voortaan dus slechts in het volgend boekjaar fiscaal in aftrek kunnen worden genomen.