Drie manieren om geld te lenen van uw vennootschap

Er zijn verschillende manieren om geld uit uw vennootschap te halen. Meest voor de hand liggend zijn het uitbetalen van een bezoldiging (aan u als zaakvoerder) of het uitkeren van dividenden (aan u als aandeelhouder). Probleem is dat dit twee fiscaal erg dure methoden zijn. Gelukkig zijn er alternatieven. Waarom geen lening afsluiten bij uw vennootschap? Dat kan op verschillende manieren. We zetten kort de voor- en nadelen van de verschillende opties uiteen.

Een marktconforme rente betalen

Voor we de verschillende mogelijkheden bekijken, wijzen we u erop dat welk type lening u ook aangaat, u een marktconforme rente moet betalen aan uw vennootschap. Als u een te lage rente betaalt, of een renteloze lening krijgt, ontstaat een voordeel van alle aard. Daarop zal u belast worden.

Methode 1: geld opnemen van rekening-courant

Deze methode heeft één groot nadeel: met een voorgeschreven wettelijke rentevoet van 9,27 % is het verschrikkelijk duur.

Methode 2: een lening met vaste looptijd

U kan natuurlijk ook met een contract een klassieke lening met vaste looptijd afsluiten bij uw vennootschap. De vennootschap treedt op als kredietverstrekker, u als de kredietnemer.

De rente die u zal moeten betalen, kan u berekenen met een eenvoudige formule:

(P x 24 x n) / (n + 1):

  • P is hierbij het maandelijks lastenpercentage, dat varieert naargelang de reden waarvoor de lening werd afgesloten. Werd het krediet verstrekt om een wagen aan te kopen, bedraagt dit maandelijks lastenpercentage 0,06 %, in alle andere gevallen 0,13 %.
  • n is aantal maanden waarover de lening wordt terugbetaald

Voordeel is dat lenen kan aan een veel lager tarief, dan bijvoorbeeld de rekening-courant: als u 15.000 EUR leent van uw vennootschap om een wagen aan te kopen, waarbij de lening een looptijd van drie jaar heeft, moet u een rente betalen van (0,06 % x 24 x 36) / (37) = 1,40 %. Vergelijk met de 9,27 % voor lening via rekening-courant.

Nadeel is dat u het bedrag vroeg of laat zal moeten terugbetalen aan uw vennootschap. U zal dus ooit (in het voorbeeld hierboven over drie jaar) privé over een aanzienlijk bedrag moeten kunnen beschikken.

Methode 3: een hypothecaire lening

Een hypothecaire lening kan u niet enkel afsluiten bij een financiële instelling. Ook uw eigen vennootschap kan u een hypothecair krediet verstrekken.

Nadeel is dat u een onroerend goed als onderpand moet hebben en dat u via de notaris zal moeten passeren wat ook kosten met zich meebrengt. Maar dat is natuurlijk ook het geval als u bij de bank een hypothecair krediet afsluit.

U kan kiezen voor een vaste rentevoet of een variabele rentevoet.

De vaste rentvoet varieert naargelang de lening wel (1,65 %) of niet (1,78 %) wordt gewaarborgd door een levensverzekering.

De variabele rentevoet hangt af van de herzieningstermijn van de rentevoet: is er een herziening voorzien tijdens de eerste zes jaar, dan is de rentevoet zelfs negatief. In theorie zou uw vennootschap u dus moeten betalen. Zover gaat het natuurlijk niet. Maar u ziet meteen wel het grote voordeel: u kan gratis lenen van uw vennootschap. Als de rentevoet pas na zeven jaar of meer kan worden herzien, betaalt u wel rente: zo bedraagt bij een zevenjarig herzienbare rentevoet het tarief 0,17 % en bij een tienjarige termijn: 0,717 %. U merkt: ook deze tarieven zijn nog steeds veel voordeliger dan bijvoorbeeld het tarief bij de rekening-courant.

Let bij deze werkwijze wel op en ga zeker na of er geen interessantere manier is om het onroerend goed aan te kopen: aankoop via de vennootschap, gesplitste aankoop van vruchtgebruik en blote eigendom, door gebruik van reserves in uw individuele pensioentoezeggingsverzekering (IPT)...